Onderzoek bij de vrouw

Weinig belastend onderzoek
De arts zal bij de vrouw de verhouding tussen haar lengte en haar gewicht bepalen (de zogenaamde Body Mass Index of BMI) omdat er een relatie bestaat tussen overgewicht en verminderde vruchtbaarheid. Ook wordt de mate van lichaamsbeharing beoordeeld omdat dit iets kan zeggen over hormonale afwijkingen. De cyclus zal worden gevolgd door de ochtendtemperatuur bij te laten houden. Dan kan namelijk bekeken worden of een eisprong optreedt. Na de eisprong stijgt de temperatuur namelijk ongeveer 0,5˚C. Ook kan er laboratoriumonderzoek van urine, bloed (hormoonbepalingen), baarmoederslijm en baarmoederslijmvlies worden uitgevoerd. Door een aantal uren nadat jullie gemeenschap hebben gehad wat baarmoederslijm af te nemen uit de baarmoederhals, kan bepaald worden of spermacellen in dit slijm in leven blijven. Dit wordt de post-coïtumtest (PCT) of ook wel samenlevingstest of Simms-Hühnertest (SH-test) genoemd. Wanneer deze test negatief is terwijl zowel het zaad als het baarmoederhalsslijm in orde zijn, kan het zijn dat er antistoffen tegen de zaadcellen aanwezig zijn in het baarmoederhalsslijm. Er wordt dan verder immunologisch onderzoek gedaan.

Meer belastend onderzoek
Vervolgens zijn onderzoeken mogelijk, die wat meer belastend kunnen zijn. Hierbij valt te denken aan het maken van een baarmoederröntgenfoto (hystero-salpingogram ofwel HSG) of aan een kijkoperatie (laparoscopie). Het HSG kan afwijkingen aan bijvoorbeeld de eileiders door (vroegere) ontstekingen of endometriose aantonen. Een HSG wordt poliklinisch gemaakt. Voor het maken van een HSG wordt contrastvloeistof via de baarmoedermond in de baarmoeder en eileiders gespoten. Via röntgendoorlichting kan dan worden gezien of de eileiders doorgankelijk zijn en wordt ook de grootte en vorm van de baarmoeder in kaart gebracht. De procedure is meestal niet pijnloos, maar je krijgt hiervoor vaak een pijnstiller voorgeschreven.

Een laparoscopie wordt onder volledige narcose in dagbehandeling uitgevoerd. Met een naald wordt koolzuurgas in de buikholte geblazen om meer ruimte te maken waardoor het makkelijker wordt de eierstokken en eileiders te inspecteren. Via een sneetje van ongeveer 1 cm lengte vlak onder de navel wordt vervolgens een holle buis (de laparoscoop) ingebracht. Door deze buis kan de arts de baarmoeder, de eileiders en eierstokken zien. Ook wordt er nog een klein sneetje van ongeveer 1 cm onder in de buik gemaakt. Hierdoor wordt een staafje naar binnen geschoven. Met dit staafje worden de eierstokken en de eileiders opgetild om te zien of er aan de achterkant vergroeiingen zitten. Tijdens dit onderzoek wordt ook een gekleurde vloeistof ingespoten via de baarmoedermond om (opnieuw) de doorgankelijkheid van de eileiders te inspecteren. Na het onderzoek worden de sneetjes gehecht en kun je in principe dezelfde dag weer naar huis.